05-05-07
Lincoln Center Story
Telkens weer sta ik ervan verstomd hoe gemakkelijk het wel is om in New York, een stad van 8,2 miljoen inwoners die jaarlijks 40 miljoen toeristen ontvangt, een rondleiding te boeken. Je zou verwachten dat je weken of zelfs maanden op voorhand moet reserveren, maar neen, in de meeste gevallen volstaat een half uurtje voor de tour begint. Dat was zo voor onze rondleiding in Radio City Music Hall, en vandaag weer voor de “Guided Tour of Lincoln Center”.
Lincoln Center
Het “Lincoln Center for the Performing Arts” bestaat uit een gebouwencomplex dat zich uitstrekt over meer dan zes hectare tussen 9Th en 10Th Avenue en West 62nd en West 66Th Street. Het is het grootste culturele Mekka in zijn soort ter wereld, gebouwd op de ruines van een volkswijk die vlak voor de moord door de sloophamer nog diende als decor voor de verfilming van West Side Story. Ironisch, als je weet dat Leonard Bernstein een van de eerste componisten was die er zijn stokje zwaaide voor de New York Philharmonic.
Op het binnenplein staat een schoolorkest verdienstelijk te ‘jazzen’. Dat is hier gebruikelijk. Zo kunnen jonge muzikanten achteraf beweren dat ze in het Lincoln Center zijn opgetreden. Kaartjes voor de tour kopen we in de benedenverdieping van de Metropolitan Opera House. Nog tijd voor de souvenirwinkel, de toiletten en een half uur later kan de tour beginnen. Gids van dienst is de kleine, grijze Allison, die met haar wespentaille wel lijkt op een bejaarde diabolo met bril. Allison is een verwoede operaliefhebster en doet de tour nu al tien jaar. Ze geeft ons elk een badge want we gaan plaatsen binnen die gesloten blijven voor wie de 13,50 dollar niet heeft betaald. Grote teleurstelling: fotograferen en filmen zijn niet toegestaan.
Allison neemt ons in het daaropvolgende uur mee naar de belangrijkste zalen van het complex: de Metropolitan Opera House, Avery Fisher Hall en de New York State Theater waar ze ons een kijkje achter –of liever voor- de schermen gunt. Onze kleine groep past precies in een kleine, hermetisch afgesloten cabine die een vergezicht biedt op het podium waar een repetitie aan de gang is. Van hieruit ziet een regieassistent mogelijke fouten die voor de regisseur op of vlak voor het toneel verborgen blijven. In Avery Fisher Hall legt Allison ons uit hoe abominabel de akoestiek er oorspronkelijk was. Maar na een reeks verbouwingen staat de reusachtige concertzaal vandaag bekend als een van de beste ter wereld. Elk vreemd ogend ornament, kronkel of boog langs de zijflanken, naast het podium of aan het plafond zijn strategisch geplaatst om je een perfecte geluidskwaliteit te geven, waar je ook zit. En Allison kan het weten, want ze heeft op elke plaats gezeten, ook in de fenomenale operazaal van de MET.

Na de tour is het mysterie over het gebrek aan belangstelling voor dergelijke activiteiten groter dan ooit. Aan het mooie weer kan het al vast niet liggen, want de temperatuur in New York is nog altijd ruim vijftien graden lager dan normaal. Je vraagt je dan ook af waarom burgemeester Bloomberg zich drie dagen later zorgen maakt over de opwarming van de planeet. Nu ja, op Earth Day is ook in New York de temperatuur opgeklommen tot boven de 25 graden. Tijd om te vertrekken.
14:59 Gepost door Jean Lievens in cultuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: amerika, 034, lincoln center, reistips, new york |
Facebook |
01-05-07
Broadway: old people rule
“En hoe was het eten?” is bij mijn terugkomst uit de VS doorgaans de tweede vraag na “Blij dat je terug thuis bent, zeker?” Of ook nog: “Lekker eten in New York, hé?” Ik zou het niet weten. ’s Avonds zit ik liever in een theater dan op restaurant.

Times Square: hart van theaterland
Een Broadway show begint normaal gezien om 7 of om 8 uur, precies rond etenstijd. Heb je nog niet gegeten, dan zit je de hele voorstelling met een rommelende maag. Met een diner achter de kiezen loop je het risico in te dutten en in mij geval te snurken. In beide gevallen verbrodt je de voorstelling voor jezelf en de mensen om je heen. Bovendien kan je op restaurant niet rustig eten als je weet dat je binnen zoveel tijd in het theater moet zijn.
Daarom kies ik voor een hotel waar de kamers zijn uitgerust met een kitchenette zodat ik mijn eigen potje kan koken. Voorbeelden zijn Radio City Appartments, pal in het midden van het theaterdistrict, of de wat verder gelegen Eastgate Tower in de buurt van Grand Central. Een kamer met keuken of een studio geeft je bovendien het gevoel dat je in Manhattan woont. Je gaat er naar de supermarkt, giet er je aardappelen af, bakt er een eitje voor het ontbijt… Heerlijk. Ben je een luiwammes of een verwend nest, dan ga je natuurlijk beter naar een normaal hotel.

Veteranen Angela Lansbury en Marian Seldes in 'Deuce'
Goed, terug naar het theater. Voor mij betekent New York Broadway en Broadway New York. Over Broadway heb ik een aparte blog zodat ik er hier niet teveel zal over uitweiden. Alleen dit: de prijzen zijn sinds vorig jaar met een schandalige 10% gestegen, waardoor een orkestbak- of balkonplaats vandaag aftikt op 111,50 dollar. Gelukkig is het groene biljet in het laatste jaar met ongeveer evenveel procent ontwaard ten opzichte van de euro, maar dat is geen excuus. Andere vaststelling: de bejaarden hebben Broadway veroverd. En dan heb ik het niet zozeer over het publiek (hoewel…), maar vooral over de spelers.

Vanessa Redgrave alleen op de planken
Neem nu 45Th Street, een straat met een viertal Broadway theaters. In het Music Box Theater loopt vanaf 6 mei ‘Deuce’ met de 81-jarige Angela Lansbury en de 79-jarige Marian Seldes. Bijna vlak tegenover staat in het Booth Theater de 70-jarige Vanessa Redgrave alleen op de planken in ‘The Year of Magical Thinking’. Steek Broadway (de straat) over en je komt aan het Lyceum Theater waar de 78-jarige Christopher Kapitein Von Trapp Plummer samen met Brian Dennehy, een snaak van 69, de hoofdrol vertolkt in ‘Inherit The Wind’. Maar ook in musicals laten de bejaarden zich niet onbetuigd, zoals de 75-jarige Mary Louise Wilson die schittert in ‘Grey Gardens’.

Christopher Plummer: The Sound of Old Music
Nu ja, in Amerika is het niet zo ongewoon dat mensen tot op zeer hoge leeftijd blijven werken. Ze komen nu eenmaal niet rond met hun pensioen. Uiteraard geldt dat laatste niet voor Broadway sterren. Sommige levende legendes takelen af op scène tot ze doodvallen. Een nieuwe trend bij de oude generatie is een show waarin ze terugblikken op hun carrière: Chita Rivera (1933) danste zich bijna te pletter in ‘Chita Rivera, A Dancer’s Life’ (van 23 november 2005 tot 19 februari 2006). Begin 2002 triomfeerde de toen 80-jarige Golden Girl Beatrice Arthur in ‘Bea Arthur on Broadway’ in het Booth Theater. In hetzelfde jaar gaf Elaine Stritch, toen 77, een onvergetelijke show in het Neil Simon Theater: ‘Elaine Stritch at Liberty’. Voor mij niet gelaten, want ik wil er toch ooit eentje live meemaken voor het te laat is…

Elaine Stritch: grandioze one woman show
En om te antwoorden op de beginvragen: het eten in New York is zeer lekker want ik maak het zelf klaar, en neen, ik ben nooit echt blij terug thuis te zijn want ik verlaat New York telkens weer met pijn in het hart.
28-04-07
In snelvaart door de MET
Ik heb nooit goed mensen begrepen die zich een citytrip niet kunnen voorstellen zonder ten minste één museum binnen te wippen. Een museumshop, ja. Daar kan je ten minste kopen wat je ziet. Maar kijken zonder kopen… dat is aan mij niet besteed. Iedereen die mijn appartement heeft bezocht, zal daarvan getuigen.


Huiskamer van de Little House, Wayzata, Minnesota van Frank Lloyd Wright (1912-14)
Na het passeren van de metaaldetector, het afgeven van onze tassen (mijn camera en fototoestel moet ik bijhouden; je mag foto’s nemen in de Met zonder flash, maar niet filmen) en het betalen van het gesuggereerde entreegeld (20 dollar de man; er is geen vaste inkomprijs dus je mag veel minder geven, het enige dat je riskeert is een kwade blik van de kassier, maar hé, waarom moet die je leuk vinden?) kan onze verkenningstocht beginnen. De indrukwekende inkomhal krioelt van de bezoekers, maar wij staan moederziel alleen onder het bordje ‘Guided Tours’, vlak achter de kassa’s. Dan duikt uit het niets een gebrilde dame op jaren op: “Hi, I’m Pat. You’re here for the tour?” Ze lijkt niet verbaasd dat we maar met zijn tweetjes zijn. Enkele minuten later duiken nog een koppel op uit Boston en twee uit Canada. Om klokslag twee schiet Pat als een pijl vooruit: “Follow me!”

Begin van de tour
Pat is een dame die er geen gras laat over groeien. Indien er een Olympische record museumbezoek bestond, won ze met vlag en wimpel. In ijltempo sleurt ze ons mee van een marmeren standbeeld van een kouros naar het zestiende-eeuwse hoofd van een Oba, van het harnas van George Clifford van Cumberland naar het portret van Gertrude Stein van Picasso, van Aristoteles met het hoofd van Homerus van Rembrandt naar Madame Georges Charpantier van Renoir, van de huiskamer van Little House Wayzata van Lloyd Wright naar het bijeen gespatte Autumn Rhythm van Jackson Pollock, het eindpunt van de toer.

Eindpunt: flink uitgedund...
Op nauwelijks één uur zijn we door de meeste zalen gevlogen, hebben hier en daar een afdeling gezien die een terugkeer waard is (die Tiffany's!), en ontzettend veel bijgeleerd. Ik wist bijvoorbeeld niet dat de militaire groet zijn oorsprong vindt in de middeleeuwen, toen een ridder zijn vizier eerst omhoog klikte om zijn tegenstander recht in de ogen te kijken alvorens hem op zijn lans te spiezen. Interessant hé? Of dat de Grieken de eersten waren die de armen van een standbeeld los van het lichaam bijtelden. Of dat Picasso bij het schilderen van het portret van Gertrude Stein beïnvloed was door de Afrikaanse beeldhouwkunst.

Harnas van George Clifford, Derde Graaf van Cumberland (ca 1580)
Pat koerst door meer dan tweeduizend jaar kunstgeschiedenis en legt verbanden tussen tijdperken en continenten alsof ze het over keukenrecepten heeft. Telkens ik een foto neem, moet ik een tandje bijzetten om de inmiddels tot vier man uitgedunde groep bij te benen. De rest moest opgeven of overleed schielijk onderweg. Wie durft nu nog zeggen dat musea saai zijn?


Hoofd van een Oba (ca 1550) uit Nigeria (hof van Benin)

Autumn Rhythm, Jackson Pollock (1950)

Rodin was niet bij Pat's hoogtepunten...
12:26 Gepost door Jean Lievens in cultuur | Permalink | Commentaren (1) | Email dit | Tags: metropolitan museum of art, 030, humor, new york, amerika |
Facebook |
26-04-07
Een dagje Queens

The Exorcist: De goede oude tijd van voor de computeranimatie...
Veel mensen verwarren New York met Manhattan. Dat is natuurlijk niet zo verwonderlijk, aangezien vrijwel alle symbolen van de stad zich daar bevinden. Manhattan is echter de kleinste van de vijf wijken (boroughs) van de stad New York. De andere zijn de Bronx, Brooklyn, Staten Island en Queens. Queens is bij ons vooral bekend als de plaats waar Kim en Justine gingen lopen met de beker van de US Open, het laatste Gran Slam tornooi van het seizoen dat doorgaat in de USTA Billie Jean King National Tennis Center in het Flushing Meadows-Corona Park van Queens (om adem te besparen volstaat Flushing Meadows).
Tennis is een van de weinige reden waarom landgenoten zich de moeite getroosten om naar Queens af te zakken. Maar je hoeft echt niet uitgekeken te zijn op Manhattan om een kort bezoekje te brengen aan de grootste en etnisch meest diverse wijk van New York. Niet dat er zo gek veel te beleven valt. Tijdens ons eerste bezoek vielen we al kuierende bijna in slaap van verveling. Maar twee locaties zijn echt de moeite waard, als je ten minste een film buff en hardcore fan van New York bent.

De Unisphere in Flushing Meadows Park, Queens
Het eerste is het Flushing Meadows-Corona Park waar je de overblijfselen van de Wereldtentoonstelling van 1964/65 kunt bewonderen. Het opvallendste monument is de Unisphere, een indrukwekkend metalen wereldbol die de wereldwijde onderlinge afhankelijkheid moet voorstellen. Het monument, een gift van de United States Steel Corporation, is opgedragen aan de ‘Verwezenlijkingen van de mens op een krimpende planeet in een uitbreidend universum” (waar is de flair van toen gebleven?). Vlakbij het monument moet je even binnenwippen in de Queens Museum of Art. Daar kan je een verbluffend gedetailleerde maquette van New York bewonderen. Zo krijg je in één oogopslag een fantastisch gevoel van oriëntatie in de stedelijke jungle van de grootste Amerikaanse metropool. Je ziet meteen hoe klein Manhattan afsteekt tegenover de andere boroughs (op de metroplannen staat Manhattan proportioneel te groot uitgebeeld, anders krijg je er alle metrohaltes niet op).

Een andere must in Queens is het Museum of the Moving Image, gelegen aan de Astoria studio’s, de geboorteplek van Paramount die later verhuisde naar de westkust. Na een grondige opknapbeurt is de site vandaag weer uitgegroeid tot de belangrijkste filmproductiefaciliteit na Hollywood. Het is de vestigingsplaats van de Kaufman Studio’s waar ondermeer Sesamstraat, The Cosby Show, Law & order en Spin City worden geproduceerd. Vlak tegenover het filmmuseum staat het nieuwe gebouw van de Frank Sinatra School for the Arts in de steigers.

Vernieuwde Astoria studio's
In tegenstelling tot de studio’s, is het filmmuseum open voor het publiek. Bovendien mag je er filmen en fotograferen, zolang je maar geen flitslicht gebruikt. Je begint je verkenningtocht op de derde verdieping (eigenlijk de tweede verdieping, maar in Amerika is de gelijkvloerse verdieping de eerste verdieping, dus de tweede verdieping is de derde verdieping als je mij kunt volgen). Daar vindt je net als in het filmmuseum van Brussel (dat nu toe is wegens verbouwingen) allerlei attributen uit de beginjaren van de cinema, maar ook van de televisie. Bijvoorbeeld de eerste camera voor kleurentelevisie uit 1942!

De tweede verdieping is volgepropt met props uit bekende films: de pruik van Madeline Kahn als bruid van Frankenstein in Young Frankenstein, of die van Elizabeth Taylor als Cleopatra. Het punkkapsel van Robert De Niro als Travis Bickle in Taxi Driver, de zwarte krullenbol van Cher als Loretta Castorini in Moonstruck, de prothese die Marlon Brando in de mond nam om Don Corleone in The Godfather een uitgezakt gezicht te geven, de protheses die het hoofd van John Hurt een olifantenlook gaven in The Elephant Man. Maar ook de mechanische pop van Linda Blair waarmee William Friedkin de mensen de zaal uitjoeg bij de vertoning van The Exorcist, de hele garderobe van de cast van Chicago, de jurk die Glenn Close droeg in Dangerous Liaisons, maquettes van ruimteschepen van Star Trek, het masker van Chewbacca uit Star Wars en nog veel, veel, veel meer.

vlnr: pruik van Madeline Kahn in Young Frankenstein, Liz Taylor in Cleopatra, Robert Di Nero in Taxi Driver, Meryl Streep in Silkwood en Cher in Moonstruck

Garderobe van cast Chicago
Op de benedenverdieping kan je een kleine reis maken doorheen de nog korte geschiedenis van de videospelen. Het leuke is dat je alle toestellen daadwerkelijk mag gebruiken. Heimwee naar Donkey Kong? Geen probleem, wip voor een gratis spelletje even binnen in het filmmuseum van Queens. Natuurlijk maken de vele interactieve activiteiten het museum een gedroomd doelwit van scholen. Je moet je dus vaak een weg banen tussen enthousiaste scholieren die blijkbaar nog altijd evenveel kunnen genieten van primitieve videospelletjes als ik in de vroege jaren tachtig. Enige verschil: toen waren het futuristische spelen waar ik als overjarige puber niets van bakte.
Tot slot is er de souvenirshop, opengehouden door -echtwaar, ik overdrijf niet- twee dames van dik in de tachtig. Het kost dan ook wat tijd en geduld vooraleer de eerste de prijs op mijn beker heeft ontcijferd, en de tweede het getal heeft ingetikt. Alleen met de hulp van een jonge vent met baard (de museumdirecteur?) kunnen ze de klus klaren. Het contrast tussen de ongeduldige tieners aan de kassa, en de beverige besjes die het jonge grut op de wenken proberen te bedienen, is schrijnend. Tja, ook dat is Amerika.

Videospelen uit de oude doos

de voorouders van radio en tv

mijn enige souvenir: lange wachttijd aan de kassa....
17:19 Gepost door Jean Lievens in cultuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: new york, amerika, 028, queens, museum of the moving image, flushing meadows, unisphere, film |
Facebook |
25-04-07
Een blik achter de tv-schermen
Maandag 16 april. De stortregen in New York heeft plaats geruimd voor een kogelregen in Virginia. Alle zenders pakken uit met breaking news. Een ideale dag om de NBC-studio’s te bezoeken.
GE Building, Rockefeller Center
Plaats van de afspraak is de eerste verdieping boven de souvenirwinkel van NBC (National Broadcasting Company). De ticketjes hebben we de dag voordien gekocht, 18,5 dollar het stuk. En dat voor een rondleiding van ongeveer zeventig minuten. Voor een tv-freak als ik met een overmaatse belangstelling voor zelfs de meest ondermaatse onderwerpen is dat zeker geen weggegooid geld.
De NBC-studio’s bevinden zich in de General Electric Building, de rijzige art-deco toren van het Rockefeller Center. Tussen haakjes, als je moet kiezen, bezoek dan eerder het observatiedek van de

Panorama op 'Top of the Rock'

Art deco kunst Rockefeller Center

Na het reclamefilmpje worden we naar de controlekamer gegidst, waar we vanachter een dik glazen raam een blik worden gegund op de monitoren die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse programmering van een slordige 100 tv-uren. Daarna krijgen we een paar studio’s te zien, waaronder Studio 8H waar Saturday Night Life wordt opgenomen. Daar kunnen we even zitten op de bovenste rij van de bovenste publiekstribune, waar de woorden van de gids verloren gaan in het lawaai van een reusachtige cellofaantape die door werklieden op de benedenvloer rond een gigantische maar ondefinieerbare stapel rekwisieten wordt gewikkeld.

Rockeller Center: ook kunstcentrum
Na de studio’s worden we druppelsgewijs een controlekamer binnengeloodst, waar we eerst moeten plaatsnemen achter een nep nieuwsbureau voor een foto. Daarna pikt Greer twee vrijwilligers uit het publiek: een knaap van pakweg 15 die het nieuws moet voorlezen, en zijn schaapachtige vader die voor een green screen het weerbericht mag presenteren. Dat voor de ogen van de rest van de groep. De toer eindigt als vanzelfsprekend in de souvenirshop, waar je voor een kleine 20 dollar je portret als nieuwsanker en twee magneetjes met dito miniportretjes ontvangt. Heb je nog geld over, dan kan je dat spenderen aan een beker, T-shirt of baseballpet met het NBC-logo of je favoriete show. Mijn geld is op.

13:18 Gepost door Jean Lievens in cultuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: 027, humor, rockefeller center, nbc, top of the rock, new york, amerika, reistips |
Facebook |
24-04-07
Een natte zondag bij Genette, de Rockette
Terwijl België zucht onder tropische temperaturen, verdrinkt New York in de ergste stortregens van de laatste dertig jaar. Dat we dat mogen meemaken. De riolen slagen er nauwelijks in het gutsende water te slikken. Vanuit roestige roosters en witrood gestreepte schoorstenen spuwen de ingewanden van de stad nog ostentatiever dan gewoonlijk hun witte rookwolken de grauwe lucht in. New York lijkt meer dan ooit op Gotham City. Waar is Batman?


Onze eerste stop is de legendarische Radio City Music Hall. In de nasleep van de beurscrash van 1929 besliste John D. Rockefeller Junior om een volledig nieuw gebouwencomplex neer te poten in Midtown Manhattan. Het futuristische Rockefeller Center moest een baken van optimisme en hoop worden in het door de Grote Depressie geteisterde New York. Commerciële partner van het megalomane project was de Radio Corporation of America, beter bekend in de afgekorte versie RCA. Hat mediaconcern overvleugelt ondermeer het radiostation NBC en de filmstudio RKO die met King Kong (1933) de lont aan mijn kinderlijke begeestering voor New York deed ontbranden, maar dat geheel terzijde.

Het podium van radio City Music Hall
Rockefeller en RCA namen het theatergenie “Roxy” Rothafel onder de arm om een unieke schouwburg uit de grond te stampen. Radio City Music Hall moest een paleis voor het volk worden. Een plaats waar Jan met de pet tegen betaalbare prijzen kon genieten van vertier van topklasse. De Amerikaanse versie van brood en spelen. De dam van miljonairs tegen het socialisme dat zelfs de Amerikaanse arbeidersklasse had aangestoken. Maar het project blijft tot vandaag verbazen. Radio City is een adembenemende, feeërieke stad binnen de stad. Metropolis binnen de metropool. De Music Hall alleen neemt een volledige New Yorkse huizenblok in beslag en is daarmee het grootste overdekte theater ter wereld. Eind jaren negentig werd het complex na een grondige opknapbeurt in zijn oude glorie hersteld. Als je er geen voorstelling kunt bijwonen, is een rondleiding zeker de moeite waard, want het gebouw is een attractie op zich.
De indrukwekkende lobby
Onze gids is de rondborstige Pat. Ze dreunt voor de elfhonderdste keer met onvervalst Amerikaans enthousiasme haar verhaal af. Ik vergaap me aan zoveel art-decopracht waardoor haar woorden voor mij verloren gaan. Pat gunt ons een blik op de imposante hydraulische pompen onder het podium, een indrukwekkend staaltje techniek uit de jaren dertig dat zelfs de recente restauratie heeft overleefd. Daarna troont ze ons mee naar de bovenste verdieping, waar we oog in oog komen te staan met een Rockette.

Genette, de Rockette
De danseres lijkt wel ontsnapt uit een cartoon, zowel qua beeld als geluid. “Hi. Ik ben Genette, een van de 200 Rockettes…” Ik begrijp dat de meisjes tussen 1m70 en 1m75 groot zijn, maar zo staan opgesteld dat ze allen even lang lijken. De Rockettes zijn wereldbekend voor hun precisiedans. Ze gooien bijvoorbeeld gelijktijdig hun benen de lucht in (een voor een wel te verstaan). “Tot op ooghoogte” verklaart Genette, wat meteen de symmetrie verklaart. Ook Pat getuigt dat manoeuvre ooit te hebben uitgeprobeerd, maar het is haar maar een keer gelukt. Ik zoek tevergeefs naar een zwart kruis op haar voorhoofd. Na enkele beleefdheidsvragen vanuit het publiek mogen we in kleine groepjes samen met Genette op de foto. Maar eerst is er gelegenheid voor enkele soloshots. Ik kiek en maak me uit de voeten. Het thuisfront heeft al genoeg gelachen.

...maar ik ook (foto Jean Lievens)

De hydraulische pompen onder het podium (sorry, flash niet toegestaan)

Lusters in de grote lobby

Balkon in grote lobby

Drinkfonteintje

De herentoiletten op de kelderverdieping

I love Bette, een van de sterren die recent optrad in radio City Music Hall

Oude Rockettes....
16:09 Gepost door Jean Lievens in cultuur | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: 026, radio city, rockefeller, new york, amerika, reistips, humor, jean lievens |
Facebook |
04-04-07
Handige Amerikanen
Handige Amerikanen
Amerikanen zijn doorgaans erg praktische mensen, zowel op professioneel vlak als privé. No-nonsense viert hier hoogtij. Helaas eindigt die praktische aanpak vaak daar, waar de overheid in zijn buidel moet tasten.
Maar goed, vandaag wil ik het hebben over een aantal simpele dingen, die ik thuis zal missen…
De keukenclip

De Amerikaanse ijskast

De brievenbus


De vuilnisbak


Tip: Democratische kiezers herken je aan hun blauwe vuilnisbak voor de deur. Republikeinen gooien alles bijeen.
De voedselafvaldisposeur

Voor degene die biologisch afval niet wensen te recycleren: kieper gewoon alles in de pompbak: groenteafval, aardappelschillen, vuile borden, potten en pannen… Geen vrees voor verstopping. Je drukt op een knop, alles wordt fijngemaald en weggespoeld. Populair apparaat in griezelfilms.
De Amerikaanse wasmachine


De bierfles met schroefdop

My favourite. In Amerika open je een bierflesje gewoon door de dop los te schroeven. Vaarwel flessenopener! Waarom, o waarom niet bij ons?
30-03-07
Lelijk
Lelijk
Nergens is het contrast tussen de pracht van de natuur en de lelijkheid ten gevolge van de menselijke tussenkomt beter merkbaar dan in Utah. En dan heb ik het niet alleen over de ontelbare abominabele reclameborden langs de wegen, maar vooral over die afschuwelijke bovengrondse bekabeling. Dat geldt uiteraard voor heel Amerika, maar hier valt het gewoon extra op.

Telefoonlijnen en elektriciteitskabels horen onder de grond. Opgeruimd staat netjes. Bovendien is dat een stuk veiliger. Als er bij ons een boom omwaait, is het ergste wat er kan gebeuren dat hij op je hoofd belandt. Hier is de kans groot dat hij in zijn val een telefoon- en elektriciteitskabel meesleurt waardoor een hele streek zonder, jawel, telefoon en elektriciteit komt te zitten. En geen kat ziet je liggen. Vinden ze je toch, dan kunnen ze geen ziekenwagen bellen. Trouwens, de kans op omwaaiende bomen is hier beduidend groter dan bij ons. Amerika, het land van orkanen, tornado’s en andere natuurrampen. Help! Hallo? De lijn is dood… En ik zie niets. Goed voor griezelfilmclichés, slecht voor al de rest.
Je kunt je overigens ook de vraag stellen waarom in dit door natuurgeweld geteisterde land zoveel huizen in hout worden opgetrokken. Nooit gehoord van de drie kleine biggetjes? Disney maakte er in 1933 al een tekenfilm over. Misschien is de kans op overleven groter in een ingestort houten huis, ik weet het niet. Als je moet kiezen tussen verpletterd worden door een houten balk of een blok beton? Liever de korte pijn.
































