02-07-07

De herrijzenis van Coney Island

Mocht ik ooit naar New York verhuizen (en waarom niet, Quentin Crisp was dik in de zestig toen hij naar de VS emigreerde), dan is de kans groot dat ik voor Coney Island kies. Een probleem: de parel van vergane glorie komt na decennialange verloedering weer in trek en vastgoedprijzen schieten er door het dak. Had ik drie jaar gelden maar mijn instinct gevolgd…

DSCN0636

De kustlijn van Coney Island

 
Mijn eerste bezoek aan het schiereiland in Brooklyn dateert van 2004. Als Oostendenaar voelde ik mij er meteen thuis. Het uitgestrekte zandstrand lijkt verbluffend op dat van onze kust. Maar de zeedijk, geplaveid met asemmers die toch veel volk doen vermoeden, ligt er verlaten bij. Hier geen aaneenrijging van restaurants en terrasjes, maar enkele vermolmde eetbarakken zonder hoop op betere tijden.  Volgens menige toeristengids kan je Coney Island niet bezoeken zonder een hotdog bij Nathan weg te happen. Maar ook de plaats waar het Amerikaanse worstenbroodje werd uitgevonden, ligt er even troosteloos bij als het op apegapen liggende eerste pretpark ter wereld. Honger is de beste saus, medelijden niet. We passen dus voor de hotdog. 

Op de “dijk” liggen enkele gebouwen weg te rotten die duidelijk betere tijden hebben gekend. Het meest opvallende is de Childs Building, versierd met afgebladderde en gebeeldhouwde fresco’s, waaronder dat van Neptunus. Dichtgemetseld en troosteloos, maar toch kan je zien wat het geweest is… Het gaat echt mijn verstand te boven hoe verwaarlozing hier zo genadeloos kon toeslaan, zeker als je de bouwgekte aan onze kust gewoon bent.

DSCN0637

Pretpark of museum?

 
Brighton Beach wat verderop komt al iets vertrouwder over. Hier kan je aperitieven of een hapje eten op een terras van een gebouw dat de vergelijking met een restaurant kan doorstaan. Maar als je bestelt in het Engels, kijkt de mollige dienster je aan alsof ze het in Moskou hoort donderen. En voor twee pinten en wat borsjt betalen we 36 dollar. Côte d’Azur-prijzen voor een setting die eerder aan het Baikal meer doet denken.  Maar terug naar Coney Island, voorloper van Disney en Vegas. Je houdt het niet voor mogelijk, maar in 1906 gingen hier dagelijks 200.000 prentkaarten op de post. Van heinde en verre kwamen dagjestoeristen genieten van de “Flip Flop”, de “Loop de Loop”, de “Cannon Coaster” of de “Whirl-Fly”. Suikerspinnen, hotdogs, schiettenten… het is allemaal hier begonnen. Maar na de grote brand van 1911 begon het bergaf te gaan. De stad probeerde het tij nog te keren door de inplanting van schreeuwlelijke sociale flats, maar kreeg een misdaadgolf in ruil.  Coney Island werd de plaats van vertier voor de armen van de stad. Het vermolmde pretpark ligt als een gevangenis wat verstopt achter een ijzeren hekken. Met veel gepiep en geratel duikt een lege rollercoaster als een spooktrein de diepte in. Een bonte bende kindertjes die net uit een gele schoolbus zijn gestapt, begeeft zich in gelid naar de kassa.  
DSCN0638

Sheephead Bay: nieuwe bestemming?

Maar na eb komt vloed, ook in Coney Island. De opening van een nieuw baseballstadium in 2001 was de eerste aanzet tot stadsvernieuwing. De stad gooide 300 miljoen dollar tegen een nieuw metrostation De boardwalk werd opgekuist en uitgerust met toiletten en douches en ook de Child’s Building wordt gerenoveerd.

 

Vastgoedgigant Thor Equities kocht alles op wat opkoopbaar is en plant voor twee miljard dollar aan hotels, luxeappartementen, restaurants, winkels en pretparken. De stad heeft nog eens 85 miljoen dollar vrijgemaakt om de buurt verder op te smukken. Geen wonder dat de vastgoedprijzen er vervijfvoudigd zijn. Coney Island is goed op weg zijn grandeur te herwinnen. Hoeveel charme het schiereiland daarvoor zal inboeten, zal de toekomst uitwijzen. Ondertussen heb ik mijn zinnen gezet op Sheephead Bay.

100_0939

Brighton Beach: Rusland in New York - foto Jean Lievens

De commentaren zijn gesloten.